Ook vaak zo moe na het eten? Hierdoor komt het.

Iedereen heeft het wel al eens meegemaakt. Zo heerlijk en zwaar getafeld hebben, dat je nadien een dutje goed kon gebruiken. Maar wanneer je dit gevoel hebt na zowat elke maaltijd, is dit niet meer zo fijn. Al helemaal niet wanneer je je doodmoe voelt na de lunch op het werk. Wij leggen je uit hoe je zelf iets aan deze vermoeidheid kan doen.

Allereerst dit: een klein dipje na een goede maaltijd is op zich best normaal. Tenslotte zet eten een heel proces in je lichaam in gang. Het spijsverteringsstelsel moet het voedsel verteren. En zaken als vitamines en mineralen eruit halen, die je lichaam broodnodig heeft. Daarbij hebben de organen in kwestie even wat meer bloed nodig, waardoor er tijdelijk wat minder bloed beschikbaar is voor je brein en bijvoorbeeld je spieren. Je voelt je daarom dus even wat loom. Maar normaal mag je daar niet zodanig moe van worden, dat het je doen en laten beïnvloedt.

De boosdoeners: geraffineerde koolhydraten en slechte suikers

Zaken eten die teveel van deze bestanddelen bevatten, zal de vermoeidheid extra in de hand werken. Vooral omdat het je lichaam nog wat extra aan het werk zet, aangezien het meer moeite heeft om alles verteerd te krijgen. Daarbij moet extraveel insuline worden aangemaakt, om het teveel aan glucose dat je binnenbrengt af te voeren. Typisch daarbij is dat je direct na een maaltijd met slechte suikers en geraffineerde koolhydraten even bomvol energie zit, maar direct daarna serieus moe wordt. Na de piek daalt je bloedsuiker namelijk snel. En je terug wilt gaan eten, waardoor je in een vicieuze cirkel belandt.

Een dipje na te veel suikers kan je verder trouwens herkennen aan het feit dat je wat slechter gezind bent. Of zelfs begint te zweten en trillen.

Vermijd dus dit voedsel, als je snel moe bent na de maaltijd:

  • Fast food, zoals frieten en hamburgers
  • Deegwaren, zoals brood
  • Eten met veel suiker, zoals snoep en koekjes
  • Frisdranken en sportdranken
  • Pasta
  • Gebakken aardappelen
  • Witte rijst

Niet meer moe zijn na het eten? Zorg voor een constante bloedsuikerspiegel

Haal de pieken weg uit je bloedsuiker of glucose, door het eten van de juiste voeding. Goed is bijvoorbeeld om voor langzame koolhydraten te kiezen. Die worden namelijk meer geleidelijk aan verteerd door je lichaam, waardoor de glucose ook constanter in je bloed komt.

Dit voedsel is een aanrader, om de vermoeidheid na het eten te vermijden:

  • Volkorenbrood en -pasta
  • Zoete en gekookte aardappelen
  • Bruine rijst
  • Groenten en fruit
  • Water, koffie en groene thee
  • Quinoa, gierst en havermout

En nog een paar goeie tips, als je je vaak moe voelt na het eten

  • Ga eens voor 6 kleinere maaltijden, in plaats van de 3 traditionele eetmomenten. Het kan je helpen, omdat je lichaam zo een constantere hoeveelheid voedsel moet verteren.
  • Probeer ook zeker ’s ochtends te ontbijten. Doe je dit niet, dan zal je dit ’s middags onbewust compenseren door zwaarder te lunchen. Waardoor je maag harder moet gaan werken en normaal nodig is.
  • Prop jezelf ook niet te vol. Stop met eten wanneer je een bijna voldaan gevoel hebt. Een extra bord nemen is dus niet nodig.

  • Meer energie tijdens de examens

    Wanneer de examenperiode voor de deur staat, is het belangrijk om je lichaam én je hersenen goed te verzorgen. Gezond eten, voldoende nachtrust en genoeg energie maken het studeren al heel wat makkelijker. Lees hieronder verder voor meer tips en tricks. 

    Genoeg en gezond eten/drinken

    • Vermijd zware gerechten en neem 3 lichte maaltijden per dag. Kies tussendoor als snack regelmatig iets lekker en licht zoals een potje yoghurt, een stuk fruit, een vezelkoek. Probeer dus 6 maaltijden per dag te eten, 3 gevarieerde en evenwichtige hoofdmaaltijden en 3 gezonde tussendoortjes. Op die manier blijft je energievoorziening op peil.
    • Suikerrijke voedingsmiddelen, zoals koeken, snoep en suikerrijke repen, dienen zoveel mogelijk vermeden te worden. Dit soort voedingsmiddelen veroorzaakt grote schommelingen van de bloedsuikerspiegel, met dalingen van de suikerspiegel tot gevolg, die op hun beurt het concentratievermogen doen afnemen.
    • Tijdens de blokperiode moeten de hersenen hard werken en vragen ze veel energie om de grijze cellen normaal te laten functioneren. De belangrijkste brandstof voor de hersenen is glucose, dat aangevoerd wordt door koolhydraten.
    • Pepmiddelen zoals koffie of limonades met cafeïne worden eveneens best gemeden. De cafeïne in deze dranken heeft een stimulerend effect, maar te veel cafeïne veroorzaakt slapeloosheid of irritatie.
    • Haal je energie bij voorkeur uit graanproducten zoals bruin of volkorenbrood, muesli of andere ontbijtgranen, havermout, aardappelen, deegwaren en rijst.

    • Drink voldoende water (1,5 liter per dag). Te weinig drinken kan een negatief effect hebben op je fysieke en mentale mogelijkheden.
    Een goede nachtrust en ontbijt
    • 7 à 8 uur slaap en jij en je hersenen kunnen er weer tegenaan. Als je overdag goede maaltijden eet met

      veel zetmeelhoudende producten en niet te veel eiwitten en vetten, zal je 's avonds sneller in slaap vallen. Probeer ook pepmiddelen met cafeïne een paar uur voor je gaat slapen te vermijden

    • Een goed ontbijt is essentieel, zeker de ochtend van je examen. Het is wetenschappelijk bewezen dat de intellectuele prestaties van mensen die niet ontbijten, zwakker zijn dan bij mensen die wel ontbijten. Het ontbijt voert immers een hoeveelheid energie, in de vorm van glucose, aan die de hersenen nodig hebben.

    Ontspanning

    • De beste pauze doorheen het studeren is bewegen! Een rondje gaan joggen, wandelen met de hond, badminton ... Beweging geeft een boost aan zuurstof in je hersenen en aan je concentratievermogen.
    • De ideale ontspanning na een vermoeiende dag studeren is een bad. Ook tussen het studeren is het een goed idee om een bad te nemen in plaats van een douche. Je bent meer ontspannen en je hersenen komen even tot rust.

  • Een schimmelnagel of –voet: hoe ze te behandelen?

    Het komt vaker voor dat je denkt. En toch schamen veel mensen zich nog steeds voor zogenaamde kalknagels of schimmelvoeten. Niet in het minst omdat het er niet echt mooi uitziet. Zeker als je tijdens de zomermaanden graag met open schoenen rondloopt. Of op het strand ligt. Wij vertellen je hoe je van die schimmelinfectie afkomt.

    Allereerst kunnen we je geruststellen. Een zogenaamde kalknagel of voetschimmel is op zich onschuldig. En je zal er geen verdere gezondheidsproblemen door krijgen. Toch is het enorm belangrijk om er iets aan te doen. Vooral omdat je er zowel anderen als jezelf verder mee kan besmetten, via je huidschilfers.

    Hoe loop je zo’n schimmelnagel of –voet eigenlijk op?

    Schimmels zitten van nature zowat overal. Zeker op vochtige en warme plekken vind je ze terug. Denk maar aan de badkamer bij je thuis, of kleedhokjes en het zwembad. Normaal kan je lichaam dit perfect de baas. Maar in bepaalde omstandigheden kan de schimmel volop beginnen groeien en de overhand nemen. Als je weerstand wat minder is door een ziekte bijvoorbeeld, of als je huid of nagel is beschadigd. Ook oudere mensen hebber er sneller last van. Niet iedereen heeft dus even snel met het kwaaltje te maken. Al heeft dat zeker niet altijd iets met slechtere hygiëne te maken.

    Belangrijk is natuurlijk om de schimmelnagel snel te herkennen. Typisch hierbij is dat de nagel vervormd is en dikker is geworden, of net broos en dun. Daarbij zal je vaak ook een verkleuring merken, richting een gele of witte tint. Bij voetschimmels begint alles met witte schilfers tussen de tenen, wat dan verder evolueert in blaasjes die jeuken en rode plekken op de voetzolen.

    Hoe geraak je er weer vanaf?

    Allereerst moet je weten dat je het nodige geduld zal moeten hebben. Een schimmel wegkrijgen duurt namelijk al snel 3 maanden. Zeker bij teennagels, die trager groeien dan deze van je vingers. Zelf kun je alvast volgende zaken doen:

    • Begin allereerst met elke keer zowel je sokken als je lakens op minstens 80 graden te wassen. Kwestie van het verder verspreiden van schimmels geen kans te geven.
    • Het is ook een goed idee om de nodige spray in je schoenen te spuiten.
    • Bij kleinere schimmels kan je zelf aan de slag met schimmeldodende crèmes, die vrij te krijgen zijn. Let er daarbij op dat deze de stof terbinafine bevatten. Deze smeer je dan een keer per dag op de infectie, tot deze verdwenen is.
    • Helpen deze crèmes niet, nadat je 1 à 2 weken hebt gesmeerd? Dan kan je altijd eens bij de huisdokter of dermatoloog langsgaan en speciale medicatie laten voorschrijven. Dit kan een schimmelwerende lak zijn, maar net zo goed pillen die je moet innemen.

    Belangrijk is wel dat je in een goede gezondheid moet zijn, om zelf met de behandeling te beginnen. Heb je bijvoorbeeld een gevoelige huid of diabetes? Dan ga je best hiervoor bij de pedicure langs. En als je zwanger bent, controleer je best even of de behandeling geschikt is voor jou.

    En hoe voorkom je het?

    Niet onbelangrijk, omdat een schimmel aan voeten of nagels moeilijker te behandelen is. Tenslotte zit de schimmel onder de oppervlakte en kunnen crèmes en andere producten maar moeilijk doorheen nagels en huid doordringen. Bovendien zorgt een behandeling vaak voor bijwerkingen.

    Cruciaal is om van je voeten of handen geen warme en vochtige broeihaard voor schimmels te maken:

    • In de douche of het bad was je je voeten best niet met zeep. Belangrijk ook is om na de wasbeurt je voeten goed af te drogen. Ook tussen je tenen.
    • Wat betreft je schoenen ga je best voor exemplaren die niet klemmen en vooral goed ademen. Een aanrader daarbij, zijn lederen schoenen. Wissel ook tussen verschillende schoenen, in plaats van altijd hetzelfde paar te dragen.
    • Combineer dit met katoenen en wollen sokken. Deze nemen namelijk goed je zweet op. Trek ook elke dag een proper paar sokken aan.
    • Vermijd ook rondlopen op blote voeten. Bijvoorbeeld rond het zwembad, maar ook bij jou in huis. Zelfs als je je wast in openbare douches draag je best badslippers.
    • Knip ook regelmatig je nagels, maar ook niet té kort. Een beschadigde nagel is namelijk net gevoeliger voor schimmels.

  • Wat doen tegen hardnekkig tandplak?

    Tijdens een bezoekje aan de tandarts horen we vaak de term 'tandplak' vallen, maar wat is het precies? En wat kan je er het beste tegen doen?

    Wat is tandplak?

    Tandplak is eigenlijk een aanslag op je tanden nadat je gegeten hebt. Het is een soort beslag dat wordt afgezet op het tandoppervlak. Deze laag bestaat voornamelijk uit suikers, zuren, afvalstoffen, bacteriën en speekseleiwitten. Wanneer je deze tandplak niet verwijdert na elke maaltijd, worden er zuren gevormd en kan je tandvlees ontsteken. Als de tandplak langdurig niet verwijderd wordt, kan die calcificeren en zo verharden tot tandsteen. Dat kan je jammer genoeg niet meer verminderen door je tanden te poetsen, daarvoor moet je een bezoek brengen aan je tandarts.

    Wat kan je er tegen doen?

    • Gebruik één keer per dag tandfloss of interdentale borsteltjes om de tandplak tussen je tanden te verwijderen.
    • Probeer na elke maaltijd of snack je tanden te poetsen, om mogelijk tandplak te verwijderen.
    • Gebruik wekelijks natriumwaterstofcarbonaat als mondspoeling of vervang twee keer per week je tandpasta door natriumwaterstofcarbonaat. Maak je tandenborstel eerst nat alvorens je dit poeder aanbrengt.
    • Poets je tanden op deze manier: begin met je tandvlees en werk zo naar de tanden toe.
    • Wees spaarzaam met zoetigheid. Eet niet te veel snoepjes, taart, frisdranken, gebak ... enzovoort, want deze voedingsmiddelen voeden de bacteriën die tandplak vormen.
    • Laat regelmatig de tandsteen verwijderen en ga zeker één keer per jaar naar de tandarts.